Je volgende smartphone is net iets beter dan je huidige

De nieuwe iPhone 5 lijkt sterk op … de iPhone 4. Voor dat je me nu voor Apple hater uitmaakt, dat is niet iets alleen van Apple, maar eigenlijk van alle leveranciers.

Na een revolutie komt een periode van evolutie, kleine incrementele veranderingen. Een iets groter scherm of een snellere processor met soms een wat grotere innovatie zoals Apple’s ‘persoonlijke assistent’ Siri.

De laatste grote verandering kwam met de iPhone in 2007, en eigenlijk ook met de Blackberry daarvoor.  Beide toestellen boden iets wat tot dat moment nog niet bestond / populair was. De Blackberry met het kleine toetsenbord en de iPhone met het aanraakscherm.

Zoals al gezegd zijn de wijzigen in de nieuwe toestellen de afgelopen tijd incrementeel geweest. Neem bijvoorbeeld de camera in de smartphones. Over de tijd is het aantal megapixels (de resolutie) langzaam omhoog gegaan. Nu is het 9 megapixels, volgende keer 10 of 11. Maakt het wat uit? Eigenlijk niet zo zeer.

Het feit dat tussen een grote innovatie een reeks van kleine innovaties zit zie je trouwens in de hele industrie, of het nou een auto is, een pc of een mobiele telefoon. Grote doorbraken gebeuren zelden en de ontwikkeling van een nieuw model is risicovol en kost veel geld. Het is dus verstandig om binnen een bepaald model incrementeel te innoveren en wel nieuwe types uit te brengen. Er moeten tenslotte toestellen verkocht worden, zo zit het business model van fabrikanten van consumenten elektronica nou eenmaal in elkaar.

Vele kleintjes maken een grote?

Al die kleine verbeteringen zouden na verloop van jaren toch wel een verschil kunnen maken. Het is dan wel niet in een grote stap gegaan maar uiteindelijk is er toch een duidelijk verschil. Kijk maar naar de eerste camera’s in mobiele telefoons van 1 megapixels tot meer dan 10 megapixels in sommige modellen in grofweg een jaar of 8.

Maar er komen nog meer veranderingen aan. Bijvoorbeeld een betere batterij, de mogelijkheid om draadloos op te laden (met inductive coupling) flexibele schermen of betalen met NFC (Near Field Communication), al dit soort ontwikkelingen zal je de komende tijd in of op je mobiele telefoon zien.

Daarnaast gaat Apple gaat door met het ontwikkelen van Siri, de met stem te besturen virtuele assistent. Google volgt natuurlijk met zijn eigen versie van het zelfde concept. Ook hierbij geldt dat besturing door natuurlijke taal niet nieuw is en al jaren beschikbaar is op bijvoorbeeld een PC. Nu de mobiele telefoon zo’n krachtige processor heeft is dit nu ook mogelijk op je smartphone. Daarbij moet wel gezegd worden dat spraakherkenning moeilijk is, zeker als het speaker independent is (je hoeft het systeem niet te trainen) of in omgevingen met veel achtergrond lawaai.

Maar de mogelijkheid om zowel in natuurlijke taal te communiceren, bijvoorbeeld ” ik zoek een soort frans restaurant” is net zoveel een doorbraak als dat het een uitdaging is. Naast het verstaan van de woorden is er de semantiek die het moeilijk maakt. Frans restaurant slaat op het soort keuken en een soort frans restaurant slaat dus op keukens die lijken op de franse keuken.

Het duurt nog wel even voordat we dit soort zinnen kunnen toevertrouwen aan onze smartphone en een relevant antwoord terug krijgen.

Wearable phones

Een andere ontwikkeling die er aan zit te komen is Wearable computing. Dit is zeker niets nieuws, Ed Thorpe, een beroemde black jack speler en hedgefund manager experimenteerde er al mee in 1961. In 2001 schreef ik voor een grote Nederlands bank al het rapport “From Mobile Phone to Wearable Bank”.

Ook bedrijven in Silicon Valley hebben al jaren een fascinatie met het onderwerp en Google heeft meer dan 200 miljoen gestoken in Project Glass, een speciaal soort bril die op een klein beeldschermpje voor je oog  informatie zoals emails, smsjes en andere informatie kan tonen.

In 2013 verwacht Google een versie voor developers klaar te hebben (a $1,500) en een model voor consumenten kort daarna.

Net iedereen is er van overtuigd dat wearable computing de hit gaat worden voor het grote publiek

Photo by Antonio Zugaldia

Een mooie quote over de levensvatbaarheid van wearable computing zoals Valve’s game system en Google’s project Glass komt van  Peter Moore, COO van  Electronic Arts:

I doubt that wearable-computing projects championed by the likes of Mr. Newell (Valve’s “CEO”)  and Sergey Brin of Google will connect with the mainstream.

“It’s appealing to them because they live in that outer fringe of I.Q. and money,”.

Augmented Reality

Als wearable computing echt doorbreekt kunnen we ook een doorbraak verwachten voor Augmented Reality. De combinatie van een klein display in een ‘ frame’ zoals Google’s Project Glass gecombineerd met een smartphone geeft een nieuwe dimensie. Natuurlijk hebben we al Augmented Reality (onder andere layar) maar daarvoor heb je de smartphone nodig om het beeld te zien. Dan blijft de smartphone ergens in je zak (of zelf geïntegreerd in je kleding) en zie de extra informatie op het kleine scherm vlak voor je ogen.

Veel mensen zien augmented reality als een game changer in mobile computing , zegt Tobias Hollerer, een computer science professor van de  University van California, die onderzoek doet in dit veld.

Ook flexibele displays zoals Corning’s Willow Glass, maken nieuwe ontwerpen mogelijk. In plaats van 2-3 millimeter wat je nu nodig hebt voor een scherm met touch mogelijkheden, zegt Corning dat in de toekomst zo’n soort scherm 0,1 mm dik zal zijn en daarnaast flexibel. Je kunt het dan over bijna alle oppervlakken leggen.

Platte problemen

Maar er zijn ook nog gewoon hele allerdaagse problemen, zoals de capaciteit van de batterij en de levensduur ervan. In 2010 heeft Apple een patent ingediend voor een kleine fuel cell die een iPhone of iPad weken zou kunnen laten werken zonder op te laden. Dit kan nog wel even duren voor dit een realiteit wordt, maar als het komt zal ook dit weer een doorbraak zijn.

Gelukkig voor Apple wachten de consumenten niet tot al deze doorbraken een feit zijn en zijn er in 24 uur 2 miljoen iPhone5‘s verkocht.

Dat is goed voor Apple maar ook goed voor de economie. Kijk maar naar dit artikel in de NY Times waarin wordt gesteld:

In fact, Apple’s commercial prowess is so well established that the effects of its new iPhone can be predicted and quantified, according to Michael E. Feroli, chief United States economist at JPMorgan Chase. In a research note early last week, he said the iPhone 5’s release could potentially add one-quarter to one-half a percentage point to fourth-quarter annualized growth in the gross domestic product.

Wie zei dat het alleen maar om een smartphone ging?

Na de introductie van de Macintosh in 1984 heeft de industrie het concept van een Graphical User Interface (GUI) en een muis vervolmaakt en heeft variaties op dat thema bedacht. Gedurende die jaren werden de systemen beter, makkelijker en stabieler.

Het nieuwe zit in de combinatie

Apple heeft de visie voor de smartphone samengesteld maar veel van de gebruikte technologieën komen van andere bedrijven. De komst van een Apple, tot die tijd in essentie een computer firma, in de markt voor smartphones heeft echt een enorme verandering te weeg gebracht. Een verandering waarvan de bestaande andere spelers als Nokia en Blackberry nu nog van moeten bijkomen.

Tot dat de grote doorbraken als wearable computing en flexibele schermen er aan komen zullen nieuwe mobiele telefoons kleine ontwikkelingen doormaken.

Maar dat is misschien niet zo erg … vele kleintjes maken een grote.

Het originele artikel is verschenen op de NYTimes onder de titel:Despite a Slowdown, Smartphone Advances Are Still Ahead

Tagged , , , , ,