Filed under Uncategorized

Norm voor eenduidige waardering van patenten gewenst?

“Wat de gek er voor geeft” is een oud Nederlands gezegde wat volgens sommigen ook van toepassing in het waarderen van patenten.

Ondanks deze houding is er een Duitse DIN norm ontwikkeld die handvatten geeft aan de waarderingsgrondslagen van patenten en waarbij nu wordt gekeken of dit tot een Europese EN norm kan worden ontwikkeld.

Continue reading

Can Europe really become an Innovation Union?

 Máire Geoghegan Quinn, the Commissioner for Research & innovation in Europe, set a goal for Europe to become an innovation economy. By removing innovation bottlenecks, focussing on societal challenges and introducing a new form of Partnerships (European Innovation Partnerships) where (pan) European stakeholders can work together, Europe will create 3,7 million new jobs and position itself as a world player if not leader in innovation. Continue reading

Europese Commissie: Innovation Union noodzakelijk voor betere economie

Afgelopen woensdag kwam er een duidelijke boodschap van de Europese Commissie: innovatie is voor Europa van levensbelang om, nu we langzaam uit de crisis komen, te voorkomen dat onze economieën verschrompelen en talent en ideeën onbenut raken. We moeten Europa omvormen tot een Innovation Union om de grootste maatschappelijke uitdagingen, onder andere klimaatverandering, gezond leven en een vergrijzende bevolking, aan te pakken. Zijn dit grote, loze woorden of zit er meer achter?

Het is een noodgeval

Euro-sceptici zullen de tekst wegzetten als weer een kansloze poging van Europa om innovatiever te worden, met een referentie naar bijvoorbeeld de Lissabon Strategie, die ‘ook al zo’n zeperd is’.

Als je praat over een innovation emergency, een innovatie noodtoestand in goed Nederlands, dan wil je inderdaad een signaal afgeven. We spreken niet van een innovatie-uitdaging, maar van een noodtoestand. Zo’n geval  waarbij politie en brandweer met sirenes en zwaailichten zouden uitrukken. Het klinkt als grote woorden maar ze worden gebruikt om de noodzaak aan te geven.

Daar moet een reden voor zijn. Die is er ook. Aan de ene kant zijn er uitdagingen die landen alleen niet, of moeilijk kunnen oplossen, zoals klimaatverandering. Daarnaast hebben wij veel minder een innovatiecultuur, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten en dan zijn er nog China en India die ‘eraan komen’. We willen als Europa onze positie behouden en met onze positie banen creëren, duurzame groei realiseren en ons leven verbeteren. Research & Development en Innovatie zijn de sleutel daartoe.

De VS is trouwens wel aardig om te noemen, die hebben een innovation deficit, een innovatietekort. Recent is door Obama het initiatief ‘Educate to innovate‘ gestart als onderdeel van de Race To The Top. Ook de VS kijkt naar haar eigen innovatief vermogen en heeft besloten om dat te versterken om, net zoals Europa, te proberen meer wetenschappers en onderzoekers op te leiden. Zitten we nu allemaal naar elkaar te kijken?

Stilstand is achteruitgang

Als je aan een race meedoet, dan moet je rennen. Zeker in een globale race wil niemand opzettelijk achterblijven. De voorgestelde Innovation Union is ambitieus en complex. Dat is trouwens niet vreemd, gezien het feit dat de Europese Unie een lappendeken is van 27 lidstaten, met eigen belangen, wetten, taal enzovoort. Een collega van me vergeleek het met kikkers in een kruiwagen. Heb je ze er eindelijk allemaal in, springen ze er direct weer uit.

Maar is er een alternatief? Weinig mensen zullen zeggen dat we beter af zijn door niets te doen of terug te gaan naar vroeger, toen alles overzichtelijker was. Zelf denk ik dat niets doen geen optie is. Is de Innovation Union de magische formule die Europa tot een top economie gaat maken? Nee, het is een niet magische formule. Mogelijk wel een werkende, maar daarbij moeten alle partijen water bij de wijn doen. Trouwens, de landen moeten in december tijdens de European Council nog hun commitment uitspreken voor deze voorstellen.

Maar ik loop vooruit op de zaak, want wat is die Innovation Union nou eigenlijk?

Hoofdpunten van de Innovation Union

De documenten die beschikbaar zijn bij de EC lezen niet echt als een spannend jongensboek. Toch staan er wel een aantal belangrijke zaken in. Ik beperkt me tot de hoofdlijnen.

De 10 hoofdelementen zijn:

  1. Europese Innovatie Partnerships, waarbij stakeholders samenwerken (pan-Europees, publiek en privaat) aan maatschappelijke uitdagingen waarin Europa wereldleider kan worden.
  2. Er komt een pilot Europees Innovatie Partnership op het gebied van gezond en actief leven begin 2011. De doelstelling is om het aantal jaren dat we gezond leven met 2e jaar te verlengen in 2020.
  3. De voortgang van de Innovation Union wordt gemeten in een Innovation Union Scorebord (met een apart scorebord voor universiteiten).
  4. Toegang tot finance wordt verbeterd (bijvoorbeeld het vergroten van de Risk Sharing Finance Facility voor erg risicovolle investering).
  5. Bestaande onderzoeksinitiatieven worden verbeterd, zoals de European Research Area. Meer samenhang, minder bureaucratie.
  6. Er komt een groot onderzoeksprogramma naar de publieke sector en sociale innovatie in 2011. Innovatie wordt iets van alle mensen.
  7. Overheden gaan in toenemende mate innovatief aanbesteden, wat een markt van minimaal 10 miljard moet betekenen per jaar.
  8. Standaardisatietrajecten worden verkort om in lijn te lopen met de steeds korter wordende innovatiecyclus.
  9. Modernisering op het vlak van Europees Intellectueel Eigendom, bijvoorbeeld een Europees patent en een kennismarkt voor patenten en licensering.
  10. Review en update van de structurele onderzoeksfondsen om meer opbrengsten (innovatie) hieruit te halen.

En nu concreet?

Als je de aanbevelingen en de onderliggende documenten leest, komt het beeld naar voren dat een aantal bottlenecks in Europa inzake innovatie aangepakt gaan worden. De toegang tot financiering is, zo hoor je in de markt, een probleem voor veel bedrijven. Ook zaken als bureaucratie en administratieve last staan op het lijstje.

De keuze voor een European Innovation Partnership is een experiment, de pilot op het gebied van ‘gezond en actief leven’ zal aantonen of het werkt. Aan de ene kant lijkt het besturingsmodel dat wordt voorgesteld (een stuurgroep bestaande uit eurocommissarissen, ministers en topvertegenwoordigers uit bedrijfsleven en universiteit) een recept voor veel praten en weinig doen. Aan de andere kant kan het zijn dat deze groep wel invloed kan hebben daar waar dat nodig is. Alle stakeholders moeten trouwens investeren in dit partnership.

De pilot zal begin 2011 starten, de keuze voor gezond en actief leven is gemaakt op het feit dat dit in toenemende mate een (kostbare) uitdaging gaat worden voor Europa. Eind van dit jaar zal de commissie de criteria voor het toekomstige partnership bepalen, die allemaal een maatschappelijke component gaan krijgen.

Wat een uitdaging is, is het verhogen van de bestedingen voor R&D en Innovatie. We hebben net het concept-regeringsakkoord gezien, in hoeverre strookt dit met het verhogen van de uitgaven? Bilaterale gesprekken worden gehouden met de lidstaten (besluit European Council juni 2010) om een ambitieus maar realistisch plan op te leveren voor de nationale targets. Ik ben benieuwd hoe dit gaat uitwerken met ons nieuwe kabinet.

Het behouden van de beste onderzoekers voor Europa is ook een kernpunt, tevens het aantrekken van toptalent uit het buitenland. Onderzoekers moeten makkelijker kunnen wisselen van werkomgeving in Europa. Een ander belangrijk punt is een gender balance in onderzoek: meer vrouwen in de wetenschap.

Focus en samenwerking tussen nieuwe en bestaande initiatieven, programma’s en instituten in en buiten Europa moet zorgen voor gedeelde infrastructuren (in verband met kosten), minder duplicatie van onderzoek en een  betere afstemming met het volgende 8e kaderprogramma (de programmatische onderzoeksagenda voor na 2013). Het is met name in dit stuk van het voorstel dat de acroniemen als EIT, ESFRI, ERA en ERC je om de oren vliegen.

Veel financiers zijn huiverig om in te stappen in erg risicovolle investeringen. De Shared Risk Finance Facility, waar de EC/EIB in investeren, heeft het mogelijk gemaakt dat meer bedrijven financiering konden krijgen. Deze faciliteit zal worden vergroot.

Dan blijven er nog een aantal punten over, bijvoorbeeld één Europees patent in plaats van 27 aparte patenten in alle talen. Het verkorten van standaardisatietrajecten om in lijn te komen met de kortere innovatiecyclus. Ik kan zo nog wel een tijd doorgaan, maar dan wordt dit artikel langer en minder leesbaar. Liefhebbers van detailinformatie kunnen op de site van de EC een aantal documenten vinden.

Klinkt het complex?

Ja, en dat is het ook. Maar als je het goed bekijkt, is de Innovation Union eigenlijk een programma om innovatie makkelijker te maken, meer partijen te laten innoveren en te richten op het oplossen van maatschappelijke problemen. Het resultaat moet een sterker Europa zijn, waarin meer banen worden gecreëerd en het beter leven is in een duurzame maatschappij.

De Innovation Union is een ambitieus programma met een hoge mate van complexiteit. Er zijn veel stakeholders, in veel landen, met veel belangen. Dit levert veel discussie op. Alleen al het Europese patent (wat niet in alle Europese talen moet worden beschreven)  wordt al jaren tegengehouden door Italië en Spanje. Zij willen dat het ook in hun taal wordt beschreven. Hoe los je dat op?

Zo zitten de plannen voor de Innovation Union vol met uitdagingen. Sommige groter dan andere. De noodzaak is duidelijk en het resultaat zal de som zijn van gezond verstand, goede compromissen en enorme inspanning. De eerste resultaten zullen uit de pilot ‘gezond en actief leven’ komen. Ik ben benieuwd hoe het gaat lopen.

Under construction

Rome wasn’t built in one day, and neither is this blog. I am slowly migrating to WordPress, so watch this space.

This blog will be on Gadgets and innovations, combining articles, video’s and links to relevant content.

ICT in Europa: we worden een Innovation Union

Iedere 2 jaar wordt het ICT Event georganiseerd, een meerdaagse conferentie over innovatie en research in ICT in Europa. Dit keer in Brussel, omdat België voorzitter is van de Europese Unie. Tijdens dit event wordt de nieuwe ICT onderzoeksagenda voor de periode 2011-2012  gepresenteerd met een budget van maar liefst  2,8 miljard euro. Voldoende reden voor universiteiten, onderzoeksinstituten, maar ook het MKB en grote bedrijven als Philips, Siemens en SAP om aanwezig te zijn.

Het belang van onderzoek

Onderzoek, research en innovatie zijn van groot belang. Niet alleen voor Europa, maar ook Nederland en zelfs voor de burger, bedrijven en universiteiten. China en India ontwikkelen zich in hoog tempo tot grote economieën en toekomstige geduchte concurrenten, die niet alleen dingen maken maar ook dingen zelf ontwikkelen. Komt de volgende ‘iPad’ niet bij Apple vandaan maar uit China? Om hieraan tegenwicht te kunnen geven, moeten we zorgen dat we investeren in onderzoek en dit ontwikkelen tot nieuwe producten, diensten en bedrijven.

Daarom zijn van 27 tot 29 september duizenden onderzoekers, wetenschappers, zakenmensen en andere geïnteresseerden aanwezig om partners te zoeken om gezamenlijk onderzoeksprojecten op te starten. Het is Europees onderzoek, dus er moeten (afhankelijk van wat je wilt doen) partners uit meerdere landen meedoen, combinaties van universiteiten, research centra, het MKB en grote bedrijven. Iedereen kan meedoen aan Europees onderzoek,  niet alleen hele grote bedrijven. Is het eenvoudig? Nee. De moeite waard? Ja, in ieder geval om te onderzoeken of het wat voor je is. Agentschap NL kan je helpen als je vragen hebt over subsidieprogramma’s of als je daaraan mee wilt doen.

Het huidige onderzoeksprogramma is het zogenaamde 7e Kaderprogramma. Het gaat te ver om hier in detail op in te gaan. Ga voor meer informatie naar de site van de EU.  Het werkprogramma voor 2011-2012 is online beschikbaar.

Het doel van ICT research is om ons een beter leven te geven

De subtitel van ICT 2010 is ‘Digitally Driven’ en natuurlijk speelt de Digitale Agenda waar commissaris Neelie Kroes (klik hier voor haar speech)  nu voor verantwoordelijk is, een hoofdrol op dit congres. De Digitale Agenda gaat met name om het dichten van de Digitale Kloof, het verschil tussen de Europeanen met breedbandinternet-toegang en digitale skills  en diegene die dat niet hebben. Breedbandinternet is bijna een primaire levensbehoefte en zeker een manier om Europa op te stoten in de vaart der volkeren. Zoals een van de sprekers het zei: het doel van ICT-research is om ons een beter leven te geven.

Van Lissabon Naar Europa

In 2000 hebben de regeringsleiders de Lissabonstrategie vastgesteld. Een strategie voor groei en banen als een reactie op globalisatie. De EU en haar lidstaten moesten zich focussen op hervormingen die groei bewerkstelligen en die meer en betere banen creëren door te investeren in de skills van de mensen, een groene economy en innovatie.

In maart van dit jaar is de Lissabonstrategie vervangen door Europa 2020, de strategie voor Smart, Sustainable and Inclusive growth. Smart in dit geval staat voor het ontwikkelen van kennis en innovatie, Sustainable slaat op een groene, zuinige en competative economy en als laatste zorgt Inclusive voor meer mensen aan het werk en sociale en lokale cohesie. Om dit te realiseren zijn er 7 hoofdpijlers in Europa 2020 waarvan de Digitale Agenda er een is. Doelstelling: het ontwikkelen van één digitale markt met een hoge mate van sociale en lokale cohesie. Daarnaast is de toegang van breedbandinternet voor alle EU-burgers een belangrijke doelstelling van de digitale agenda. De Digitale Kloof moet worden gedicht.

Breedbandinternet voor iedereen

Alle Europese burgers hebben snelle en goed geprijsde internettoegang nodig. De EU mikt erop om (basis) breedbandtoegang naar alle EU-burgers te brengen rond 2013 en om te zorgen dat alle EU-burgers toegang hebben tot breedbandinternet boven 30 Mbps en dat 50% of  meer van de Europese huishoudens internettoegang hebben tot ultrasnel internet van 100 Mbps of hoger.

Om dit te realiseren zal in ieder geval moeten worden geïnvesteerd in een fijnmaziger glasvezelnet (fiber tot het huis) omdat de snelheid van ADSL en ook kabel op dit moment eindig is. Met name in landelijke omgevingen buiten Nederland zullen alternatieve oplossingen moeten worden gevonden om deze doelstelling te realiseren, omdat het eenvoudigweg niet economisch rendabel is om overal kabel neer te leggen (een fijnmazige mobiele infrastructuur bijvoorbeeld) . Dit is geen simpele opdracht, zelfs in Nederland is het neerleggen van een glasvezelnet tot in huis een kwestie van een hoop geld, een lange adem en een aantal partijen die de investering dragen.

Onderzoek in ICT heeft een directe link met productiviteit

In de keynote van Neelie Kroes gaat ze in op de rol die ICT in ons leven speelt. Het is bijna niet voor te stellen wat er zou gebeuren als we opeens zonder ICT komen te zitten. De link van ICT-research met productiviteit maakt dat we meer kunnen doen met minder, een belangrijk gegeven bij een vergrijzende bevolking. Maar ook in de wereldeconomie is ICT-onderzoek belangrijk voor Europa en voor Nederland. De toekomst van Europa, zo stelt Neelie Kroes, hangt er zelfs vanaf. Daarom moeten we niet minderen met ICT-onderzoek, maar het vergroten. We hebben de grenzen van wat ICT kan nog niet bereikt.

Opvallend is ook de aandacht voor disseminatie, exploitatie en standaardisatie. De eerste twee termen zijn al belangrijke elementen van onderzoek: vertel wat je aan het doen bent en maak de resultaten tot een product of dienst. Standaardisatie is daar nu bij gekomen als sleutelwoord. Het ontwikkelen van standaarden, bijvoorbeeld 3g, heeft enorme voordelen gehad. We gebruiken nu zo’n beetje wereldwijd dezelfde mobiele standaard. Op een dergelijk open platform kunnen andere partijen weer diensten ontwikkelen. Europeanen zijn niet slechter in onderzoek dan bijvoorbeeld Amerikanen, maar zijn wel slechter in valorisatie, het creëren van maatschappelijke of economische waarden in de vorm van producten en diensten uit de resultaten van onderzoek.

Europa en de I-conomy (Innovation Economy)

Commissaris Máire Geoghegan Quinn kondigt een van de andere 7 hoofdpijlers aan van Europa 2020: Europa wordt de Innovation Union. Ze noemt dit de I-conomy. Ook hier is de boodschap dat we meer innovatie uit onderzoek moeten halen. Er is een blokkade op het pad van het idee naar een product of dienst en die moeten we oplossen. Alle barrières die innovatie blokkeren, moeten weg.

Ze heeft het dan niet alleen over innovatie die ons kan helpen de crisis te overwinnen, maar met name ook over innovatie op het sociale vlak, innovaties op het vlak van sustainability en de zorg voor ouderen en zieken. Dit levert veel commerciële mogelijkheden op.

Helaas werd er verder niet veel informatie gegeven over Innovation Union. Eind september zal het initiatief door de commissie worden aangenomen  en op de komende vergadering van de European Council zal de Innovation Union op de agenda staan (hier een speech met meer informatie over de Innovation Union).

Expositie

Een groot aantal projecten is tijdens het ICT Event aanwezig om resultaten van hun onderzoek te presenteren. Disseminatie, het communiceren over het project en het (tussentijds) resultaat, is een van de hoofdelementen van ieder EU-project. Wat heb je aan briljant of prachtig onderzoek als je er niemand over vertelt? Meer hierover in het volgende artikel op Frankwatching.

ICT 2010 is een belangrijk event voor iedereen die zich bezighoudt met ICT-onderzoek of dat zou willen. Het is een combinatie van informatie over nieuwe mogelijkheden voor onderzoek, veel presentaties over projecten en keynotes die je aan het denken zetten of intrigeren. De keynotes zijn live te volgen via de website. Als ze ook beschikbaarkomen voor playback zal ik ze aan het artikel toevoegen.

Windows Azure: met je software in de wolken

Microsoft biedt met Windows Azure een ‘cloud services operating systeem’. Je hoort erg veel over Cloud Computing en bedrijven die ‘in de cloud zitten’. Private- , personal- en public clouds; de termen duikelen over elkaar heen.  Cloud Computing is zo’n beetje op het hoogtepunt van de media hype. Maar wat is dat precies, die ‘Cloud’, en wat kun je ermee?

Wat is die Cloud nou precies?

IT marketeers hebben de onhebbelijke eigenschap om iedere trend te gijzelen en hun producten, indien nodig, te hernoemen tot een Cloud-propositie. Hierdoor zijn er vele definities van Cloud computing en de invulling is afhankelijk van de leverancier. Het Engelse woord Cloud betekent eigenlijk gewoon ‘wolk’. In presentaties wordt de Cloud dan ook heel eenvoudig weergegeven als een wolkje. Hierin zit ook een inherente essentie van het woord Cloud: dat het ’ergens op het internet gebeurt of is opgeslagen’ en dat je niet precies weet waar. Daarnaast is een belangrijk element van sommige Clouds dat je betaalt voor datgene wat je gebruikt. Het is dus een DIENST die wordt geleverd, die desgewenst per uur kan worden afgenomen. Daarnaast is de schaalbaarheid (de mogelijkheid om meer of minder computers te gebruiken) een belangrijk element in de definitie.

Als je toch een definitie wilt, dan vind je op Wikipedia nog de beste, met name de tweede alinea geeft de elementen van Cloud goed weer.

Computing moet simpeler

In het verleden is ‘Utility Computing’ als term in zwang geweest, waarmee werd bedoeld dat computercapaciteit net zo eenvoudig is (voor de eindgebruiker) als water uit de kraan. Ook Wikipedia gebruikt deze vergelijking in de beschrijving wat Cloud Computing is. Diegenen die wel eens met mensen uit de water- of energiebranche hebben gesproken, weten dat wat voor ons als eindgebruiker simpel is, voor de leverancier een technisch en organisatorisch hoogstandje is. Hetzelfde geldt voor het beheer van IT-infrastructuur en platform.

Het principe dat computercapaciteit net zo eenvoudig is als water uit de kraan heeft een bijna universele aantrekkingskracht, zowel voor de consument als voor het bedrijfsleven. Als je dit combineert met een ander betalingsmodel, namelijk niet meer alles zelf aanschaffen maar betalen voor datgene wat je echt gebruikt, krijg je een voor veel bedrijven interessante propositie: Cloudcomputing.

Dit is makkelijk gezegd, maar zeker minder makkelijk gedaan. Dit artikel is bedoeld om uit te leggen wat Windows Azure platform is. Ik blijf daarbij weg van (te) technische aspecten  Ik ga verder niet in op de definitie van Cloud, hoe een Cloud in detail werkt of hoe je bijvoorbeeld in de Cloud een ‘instantie’ (een virtuele computer) opstart.   Voor liefhebbers van dat soort technische informatie zijn er voldoende resources beschikbaar bij de diverse leveranciers, zoals Microsoft, Amazon enzovoort.

IAAS, PAAS, SAAS

Bij het praten over Cloud computing vallen vaak drie acroniemen: IaaS, PaaS en SaaS. De laatste drie letters betekenen As A Service en de I,P en S staan voor Infrastructure, Plaform en Software.  De onderste laag, de infrastructuur, is de hardware en netwerken die het harde stuk van Cloud Computing uitmaken. Daar bovenop komt de besturingslaag, het platform. Bovenop het platform komt dan de SaaS laag, Software As A Service. SaaS is al jaren een begrip en maakt gebruik van het concept om ‘zaken’ als service te verkopen in plaats van producten. Salesforce.com is een goed voorbeeld van SaaS, maar er zijn legio voorbeelden!

Private, Public, Personal, Community en Hybrid Clouds

Om alles nog iets complexer te maken, heeft men het onderscheid gemaakt tussen public, private, personal en hybride Clouds. Een public Cloud is toegankelijk voor iedereen die er voor betaald, dus jij en ik die allebei Windows Azure in de Cloud gebruiken, zitten in de public Cloud.

Een private Cloud is een Cloud die in de infrastructuur van je bedrijf of bij een trusted partner draait. Waarom wil je een private Cloud? Is dat niet helemaal in tegenstelling met het kernelement van die ‘wolk’? Nou dat valt wel mee, er zijn bedrijven of bedrijfstakken die bijvoorbeeld vanwege wet- en regelgeving of concurrentie geen gebruik willen of mogen maken van een public Cloud . Microsoft heeft hiervoor in combinatie met partners zoals Dell, Fujitsu en HP de Azure Appliance ontwikkeld.

Als je bij appliances denkt aan een klein apparaat dat bijvoorbeeld in een server rack past, moet ik je teleurstellen: denk eerder aan de afmeting van een flinke zeecontainer. Deze appliance wordt in het datacenter geplaatst en vormt daar de private Cloud. Community Clouds zijn van groepen bedrijven die een gemeenschappelijk doel of belang hebben en hybrid Clouds zijn combinaties van bovengenoemde Clouds.

Een personal Cloud maak je thuis door al je apparaten aan elkaar te koppelen en aan internetdiensten. Personal Clouds zijn wat mij betreft een mooi voorbeeld van het gijzelen van een hype door marketeers. In veel gevallen wordt hiermee online opslag van persoonlijke data bedoeld. Je ziet als het ware nog bijna het label ‘ONLINE STORAGE’ zitten als je de websites van providers van dit soort diensten leest.

Betaal wat je gebruikt

Een voorbeeld van Cloud Computing is het huren van een virtuele server voor een bepaalde tijd, die vervolgens een bepaald programma of taak uitvoert. Die virtuele server draait dan op een grotere server in een afgesloten stuk geheugen, totdat je ermee stopt. Je hoeft dus geen PC aan te schaffen, te onderhouden en te updaten om een taak te laten uitvoeren.  Voordelen zijn dan ook duidelijk, geen aanschafkosten, geen onderhoudskosten van infrastructuur en platform. Via een webbrowser start je een zogenaamde ‘instantie’ van jouw virtuele pc met de opdracht die moet worden uitgevoerd.  Je betaalt voor de hoeveelheid capaciteit die je gebruikt.

De kleinste virtuele computer kost bij Microsoft ongeveer 0,10 euro per uur (exclusief optionele andere kosten als opslag, datatransfer enzovoort) . Dus een dag een virtuele computer laten draaien kost 24 x 0,10 = 2,40 euro.  Je hoeft daarvoor geen computer aan te schaffen, geen elektriciteit te betalen en het onderhoud en beheer ligt ook bij Microsoft. Vanuit financieel oogpunt is er een verschuiving van Capital Expenditure (Capex) naar Operational Expenditure (Opex). Hierdoor hebben de kosten een directere link met het gebruik.

Voor bedrijven of particulieren?

Microsoft mikt met Azure duidelijk op bedrijven, niet op consumenten. Daar zijn diverse redenen voor: ten eerste hebben bedrijven meer software/processen die passen bij de schaalbaarheidsmogelijkheden die Aure (en Cloud Computing ) biedt. De beheerskosten (met name menskracht) van datacenters zijn (naast elektriciteit) de grootste kostenpost en in het kader van kostenreductie heel interessant. Het verminderen van investeringen (de zogenaamde capital expenditure of CAPEX) ten gunste van betalen voor gebruik (operational expenditure of OPEX) is een belangrijke trend die, zo denkt men, kosten verlaagt en helderheid in de kosten structuur biedt.

Banken zijn al jaren grootverbruikers van IT. Niet alleen omdat onze bankzaken in toenemende mate online plaatsvinden, maar ook vanwege de scenario’s die worden doorgerekend met zogenaamde Monte Carlo simulaties. Hierbij worden miljoenen willekeurige combinaties doorgerekend om bijvoorbeeld risico’s voor de bank in kaart te brengen. Dit vergt zeer veel rekencapaciteit en voor banken was de enige manier om dit te doen veel computers aanschaffen om de simulaties uit te voeren. De hoeveelheid benodigde IT-capaciteit werd dan ook aan de piekbelasting afgemeten. Deze overprovisioning  is echter erg kostbaar en banken zijn jaren geleden al bezig geweest om via Gridcomputing (het aan elkaar koppelen van systemen om een super computer te maken) dit soort scenario’s te berekenen. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van geschikte taken om op een Cloud uit te voeren.

Optimal Cloud workload  patronenMet Cloud Computing ontstaat een schaalbaar platform waar dit soort zware opdrachten kunnen worden uitgevoerd in een korter tijdbestek en op basis van betalen voor het gebruik. Voor de consument speelt dit voordeel niet.

Competitie

Microsoft is niet de eerste die in Cloud stapt, Amazon is daar al een aantal jaren mee bezig. Amazon’s business model is van het verkopen van boeken uitgebreid met Cloud Services (Amazon AWS). Door hun eigen ervaring met het hosten van Amazon.com is Amazon in staat geweest om hun technische capaciteit ook voor derden in te zetten, eerst door het hosten van andere online-winkels (onder andere Barnes & Noble, hun grootste concurrent) en later door het aanbieden van Cloud services. Amazon doet geen uitspraak over de winstgevendheid van Cloud services, behalve dan dat het double digit (dus 10% of meer) is.

Wat kost dat nou?

Dat is nog niet eens zo gemakkelijk. Bij de leveranciers van Cloud Computing betaal je per gebruikseenheid, in de meeste gevallen is dat per uur. Bij Microsoft komen naast de uren die je gebruikt en de gekozen ‘instance’ ook nog kosten voor storage (per Gb per maand)  en data transfer (ook per Gb per maand). Daarnaast zijn er zogenaamde abonnementen die weer korting geven op bovengenoemde kosten in ruil voor een maandelijks vast bedrag. Als je gebruikt maakt van de SQL Azure versie of App Fabric (integratie met andere/legacy systemen) komen deze kosten er ook nog bij.

Microsoft Azure Pay As You Go:

  • Compute
  • Small instance (default): $0.12 per hour
  • Medium instance: $0.24 per hour
  • Large instance: $0.48 per hour
  • Extra large instance: $0.96 per hour

Amazon kent een soortgelijke structuur en prijsstelling, waarbij het in prijs uitmaakt of je Linux of Windows draait (de laatste is duurder).  Ook hierbij zijn zogenaamde reserved instance mogelijk (vergelijkbaar met Windows Azure abonnement). Amazon heeft nog wel een micro instance voor applicaties die kunnen volstaan met lagere specificaties. Andere leveranciers hebben weer hun eigen pricing schemes, waarbij de verwachting is dat deze sterk op elkaar zullen lijken in verband met de sterke competitie in de markt.

Appels en Appels of Peren?

Wat is nou de beste leverancier?  Om deze vraag te beantwoorden moet je naar een aantal aspecten kijken, zoals kosten, mogelijkheden van het platform in de zin van legacy-integratie, gebruiksgemak, beschikbare expertise enzovoort. Het vergelijken van de kosten en de specificaties is al niet eenvoudig. De Microsoft Small Instance heeft als specificaties: 1,6 Ghz processor, 1,75 GB intern geheugen en 225 GB opslag (allemaal virtueel). Amazons vergelijkbare instance heeft:  1.7 GB of memory, 1 EC2 Compute Unit (1 virtual core with 1 EC2 Compute Unit ongeveer 1.0-1.2 GHz 2007 Opteron or 2007 Xeon processor) en 160 GB of opslag. De kosten zijn afhankelijk van gebruik en gekozen type resources en abonnement,  waardoor eerst een goede rekensom of zelfs business case moet worden gemaakt voordat je kunt bepalen wat het voordeligst is, nog even afgezien van de benodigde technische expertise en het gebruiksgemak van het platform en de applicaties die naar de Cloud moeten worden gebracht. Kortom, de keuze voor een Cloud provider maak je niet op een achternamiddag!

Iets nieuws onder de zon?

Als je je verdiept in Cloud Computing kan het gevoel je bekruipen of Cloud nou wel iets nieuws is. De kernelementen van Cloud, virtualisatie, outsourcing van hardware en infrastructuur en betalen voor gebruik zijn al jaren bekend en mogelijk. Ook het eerder genoemde concept van Utility Computing en zelfs het meer technische Grid Computing hebben elementen van Cloud Computing in zich, en andersom ook.

In de afgelopen 50 jaar hebben we verschillende veranderingen doorgemaakt, sommige daarvan waren echte grote doorbraken, zoals de overgang van het centrale mainframe naar de decentrale pc. Als reactie op de pc kwam toen de (centrale) server architectuur en met het internet veranderde de wereld weer. Door het gebruik van standaard protocollen en geavanceerde software werd het wereldwijd web ons netwerk en de browser de interface. Het hosten van jouw privéwebsite wordt gedaan door een provider (zeg dus maar: ergens in de Cloud).

De vraag of we met Cloud iets nieuws in handen hebben, is wat mij betreft dan ook een vraag die met ‘ja’ en ‘nee’ wordt beantwoord. ‘Nee’ omdat een aantal concepten al bekend waren of waren uitgetest. Was de Oracle Network Computer (NC) eigenlijk de voorloper van  Cloud Computing? Aan de andere kant, Windows Azure – en Cloud Computing in het algemeen – zijn wel een nieuw concept door de combinatie van technologieën  en concepten en natuurlijk door een andere kostenstructuur: die van Platform as a Service.

Daarnaast is een van de sterke punten van Azure dat ze integratie met bestaande (legacy) systemen via een zogenaamde Service Bus (een eenvoudige manier om berichten tussen applicaties die in verschillende domeinen kunnen draaien uit te wisselen) hebben geïntegreerd met toegangs- en identiteitsmanagement. Door hiervan gebruikt te maken, zijn connecties makkelijk te maken zonder veel wijzigingen aan de bestaande niet-Cloud infrastuctuur.

Als je Windows Azure samen wilt vatten, is het eigenlijk een nieuwe manier van het leveren van computercapaciteit aan bedrijven waarbij de vernieuwende aspecten liggen in de combinatie van de manier van betalen (als dienst op basis van gebruik), de geboden dienst (een compleet platform waar je geen omkijken naar hebt) en schaalbaarheid.

ICT onmisbaar bij succesvolle Dam tot Damloop

Dam tot damIn Nederland lopen 4 miljoen mensen hard. Er zijn 35.000 startnummers voor de Dam tot Damloop beschikbaar. Minder dan 1% kan dus meelopen… Het resultaat? Binnen 2 uur zijn alle startbewijzen uitverkocht. ICT is bij dit proces onmisbaar. En ook bij de verwerking van de looptijden speelt ICT een grote rol. De Dam tot Damloop wordt georganiseerd door Le Champion. Directeur Simone Richardson legt uit hoe de organisatie omgaat met het enorme succes van de Dam tot Damloop en welke rol ICT hierbij speelt.

De tweede loopgolf5 klein

Waar komen al die mensen vandaan? De zogenaamde ‘tweede loopgolf’ wordt volgens het onderzoek van het Mulier Instituut (in opdracht van de Atletiekunie) met name gevoed door de grote loopevenementen zoals de Dam tot Damloop, marathons van Amsterdam en Rotterdam, Tilburg Ten Miles enzovoort. Met andere woorden: een hoop nieuwe hardlopers worden door de grote loopevenementen gestimuleerd om mee te doen. Het geeft een doel om voor te trainen.

Wat opvalt is dat de mensen, ondanks het massale karakter, de sfeer enorm waarderen bij het loopevenement. Het gaat echt om de beleving, zoals Joseph Pine al beschreef in de Experience Economy. De grote groep mensen, zowel langs de kant die aanmoedigen, als de lopers, worden juist beschreven als sfeerverhogend.

Op de vraag of het nog groter kan, is Simone duidelijk: “We zouden graag willen, maar eigenlijk kunnen we in de huidige opzet qua hoeveelheid lopers moeilijk nog groeien. De Dam tot Damloop gaat door de IJtunnel. Om 7 uur ’s ochtends sluiten we deze belangrijke verkeersader af en deze blijft tot de laatste startgroep van 5 uur afgesloten, net zoals de rest van de route. Daarnaast gaat het parkoers door Amsterdam Noord en moeten 35.000 mensen door straten en over fietspaden die op sommige plekken niet veel breder zijn dan 3 meter. We starten al in startgroepen, zonder dit gefaseerd starten zou het een grote chaos worden, waarbij ongelukken niet uitgesloten zijn.”

Geen Dam tfinishbeeld kleinot Damloop zonder ICT

De Dam tot Damloop is onmogelijk zonder ICT. Zoals gezegd, dit jaar was het evenement al binnen 2 uur uitverkocht, iets wat bij Le Champion toch ook voor enige spanning zorgt. Zullen de servers in de lucht blijven? De drukte begint eigenlijk 1 of 2 weken voor de inschrijvingsdatum van 1 april en duurt tot een week erna. Ook is er grote drukte rond de datum van de Dam tot Damloop. Rondom 1 april kijken er gemiddeld 28.500 mensen per dag op de site, rondom de loop 40.000 mensen. Terwijl er gemiddeld dagelijks 350 mensen de site bezoeken.

Ook bij de verwerking van de tussentijden en finishtijden speelt ICT, en met name de ChampionChip op de schoenen van de lopers, een belangrijke rol. “Handmatige verwerking, bijvoorbeeld handmatig scannen, werkt niet”, vertelt Simone. “Mensen komen over de finish en moeten direct het finishgebied weer uit, omdat de stroom mensen gewoon doorgaat. In principe zijn de finishtijden dan al beschikbaar, maar moeten de lopers wachten tot iedereen binnen is om de uitslagenlijst vast te stellen.”

Niet alles is 100% geautomatiseerd: de foto’s en video die worden gemaakt, worden later pas gepubliceerd. Wel worden de foto’s en video’s gekoppeld aan de tijden van de chip, zodat je aan de hand van jouw naw-gegevens en startnummer de beelden kan downloaden die gemaakt zijn op de route.

Damloop 2 klein

Dam tot Damloop is innovatief

“Ieder jaar willen we bij de Dam tot Damloop een of meerdere innovaties hebben. Dat kan een innovatie zijn op het gebied van het proces, de beleving onderweg of, zoals dit jaar, de mogelijkheid om een ‘persoonlijke’ medaille te krijgen met je eigen naam en tijd erop, in plaats van de medaille die iedereen krijgt”, aldus Simone. Bij inschrijving voor de Damloop konden lopers hiervoor kiezen. Volgens Simone hebben 4.000 mensen deze extra service besteld.

De enige voorwaarde die de organisatie van de Dam tot Damloop aan de innovaties stelt is: het moet de eerste keer zijn dat de innovatie wordt geïntroduceerd in Nederland, liefst ook ter wereld. “Een paar jaar geleden had Nike uitgepakt met een tunnel met muziek, waar de lopers doorheen gingen. Dat was erg uniek, er wordt nu nog over gesproken.”

Wie is het snelste?

Hardlopers zijn gek op meten en gemeten worden. Als hoeveelste ben ik geëindigd bij de recreatielopers? En hoeveelste ben ik van mijn woonplaats? De uitslagen van de Dam tot Damloop geven al een hoop informatie, bijvoorbeeld de snelheid en tijd per 5 kilometer en de positie ten opzichte van alle lopers.

d2d overviewLe Champion heeft vanaf 2003 de uitslagen van de lopen digitaal en online staan. Het is niet mogelijk om al deze tijden en gegevens in 1 overzicht te laten zien, zodat je bijvoorbeeld de ontwikkeling van de door jou gelopen tijden kunt zien.

“Het zou heel mooi zijn om meer met deze uitslagen te doen en bijvoorbeeld een applicatie te hebben waarbij je jouw uitslagen over de jaren kunt zien of bijvoorbeeld vergelijken met andere lopers”, zegt Simone. “Een van de uitdagingen is hierbij het privacy aspect: wat kan je wel en niet beschikbaar stellen? We hebben natuurlijk een schat aan gegevens van de lopers, ook van de andere lopen die we organiseren zoals de PWN Egmond Halve Marathon en de Amsterdam Marathon.”

Komt er een D2D app?

“De ontwikkeling van een applicatie om de hardloopdata te ontsluiten, is niet primair een activiteit voor Le Champion. Maar we zouden wel via API’s toegang tot de data kunnen geven, zodat andere mensen een dergelijke applicatie kunnen ontwikkelen. Wat dat betreft ziet Le Champion dit als een mooie uitdaging voor de hardloop community, in het bijzonder voor degenen die apps kunnen ontwikkelen kunnen. Iedereen die een goed idee heeft kan dit bij ons melden.”

Op dit moment zijn de data die worden verzameld tijdens de Dam tot Damloop beperkt tot de gegevens van de matten waar de lopers met de ChampionChips overheen lopen op 5, 10 en 15 kilometer en de finish. Al enkele jaren kan je als thuisblijver een sms ontvangen wanneer de loper over een van de matten gaat, zodat je weet waar hij of zij op het parkoers is. Applicaties als Mapmyrun op de iPhone zijn in staat om veel meer informatie te verzamelen en zelfs exact te laten zien waar iemand op het parkoers is. “Dat is de toekomst”, zegt Simone. “We zijn aan het kijken of wij een soortgelijke applicatie kunnen ontwikkelen om dit jaar al beschikbaar te stellen.”

Een virtuele Dam tot Damloop?

Op de vraag of de Damloop ook virtueel zou kunnen worden gelopen, zoals de New York Marathon dit jaar doet, is Simone duidelijk: “Voor de Dam tot Damloop zie ik dat niet gebeuren. Het is zo’n bijzonder event, waarbij het meer dan bij andere hardloopwedstrijden een belevenis is om er echt bij te zijn”.

Hardlopers vormen een sociaal netwerk

Alle deelnemers (en oud deelnemers) van de Dam tot Damloop vormen een sociaal netwerk. Le Champion zet op dit moment al sociale netwerken zoals Hyves (2400 volgers), LinkedIn (70 volgers) en Twitter (240 volgers) in. “Maar we zouden er meer mee kunnen doen. We werken aan een social media strategie om de Dam tot Dam loop, maar ook de andere lopen die we organiseren beter te ondersteunen. Met een goede strategie kan veel meer uit social media worden gehaald: er kan een echte community van worden gemaakt. Een community die ook een commerciële waarde heeft.”

Hardlopers komen gemiddeld 2 keer op de Dam tot Dam website: vooraf om zich in te schrijven en achteraf om de uitslagen te lezen. Hoe kan je deze groep aan je binden? Daar moet toch meer in zitten! Voor Le Champion, een stichting, is de commerciële waarde niet zo belangrijk. Het is tenslotte geen commercieel bedrijf. “Als we uit de community waarde zouden kunnen ontwikkelen, dan geven we dit op de een of andere manier weer terug aan de lopers, bijvoorbeeld door meer entertainment onderweg of iets dergelijks. We willen de beleving van de Dam tot Dam loop nog beter maken.”

De opkomst van Televisie 2.0

cover_tv20De laatste maanden zijn er veel TV-reclames te zien voor digitale televisie, zeg maar ‘Televisie 2.0′. Alle aanbieders zijn nadrukkelijk aan het adverteren: Ziggo met Net gemist en snel downloaden,  KPN t met het pauzeren van live televisie (met Albert Verlinde op zijn best), UPC met Dennis die bij de buurvrouw TV kijkt en Tele2 is druk bezig met Frank, het zwarte schaap dat cheap digitale tv aanbiedt. Er is duidelijk iets aan de gang op het gebied van digitale TV en ‘triple play’ (internet, tv en bellen). Kabelaanbieders als UPC en Ziggo staan hierbij tegenover KPN en Tele2, die via de telefoonlijn aanbieden. Is dit nou Televisie 2.0?

Televisie 2.0

Als je zoekt op Televisie 2.0 vindt je veel artikelen (ook op Frankwatching), die allemaal een toekomstvisie voor televisie beschrijven. Iedereen die wat te melden heeft (of dat denkt) plakt achter zijn of haar visie ’2.0′ : Ambtenaar 2.0, Gezondheid 2.0 enzovoort.  Als je slim bent, dan ga je net een nummer hoger zitten dan de meeste mensen. Dus bijvoorbeeld Ambtenaar 3.0, want 2.0 is zoooo 2009!

Televisie is jarenlang hetzelfde gebleven: een programma werd uitgezonden en je keek er naar. De videorecorder heeft in de jaren 80 het concept van Timeshifting geïntroduceerd. Opeens kon je dingen opnemen (geprogrammeerd) en hoefde je dus niet meer voor de tv te zitten op het moment dat de Berenboot werd uitgezonden. Dat timeshiften leverde nog wel wat rechtszaken op in de jaren 80, vanwege inbreuk op het copyright. Maar het zorgde ook voor veel gemak, én een nieuwe branche: de videotheek.

Het analoge TV-signaal wordt langzamerhand verdrongen door het digitale TV-signaal. Ook zijn er al tijden meer mogelijkheden dan alleen de kabel, zoals Digitenne ((DVB-T) en ADSL. De inspanningen van de Opta hebben ook geleid tot meer concurrentie. Het laatste wapenfeit is het openstellen van de kabel voor andere aanbieders voor het analoge TV-signaal. Er zijn dus voldoende redenen om digitale en interactieve TV zoals die nu wordt geleverd te kunnen omschrijven als Televisie 2.0.

Digitale en interactieve TV is hot

De afgelopen maanden is er veel reclame voor triple play (internet, tv en bellen) op TV, radio en zelfs in direct mails geweest. KPN, Ziggo, UPC  en Tele2 zijn allen nadrukkelijk aanwezig.

Aanbieders hebben allemaal hun eigen invalshoek. Natuurlijk is er de ‘strijd’ tussen ADSL en kabel, waarbij de kabel een hogere snelheid aankan dan ADSL2 en zijn opvolger VDSL (zie ook verderop). Ziggo benadrukte de mogelijkheid om je eigen avond samen te stellen, KPN laat zien dat je Live TV kunt pauzeren en Tele2 benadrukt met name de prijs.

Eigenlijk bieden alle aanbieders grotendeels dezelfde functionaliteiten bij Televisie 2.0:

  • Video on Demand,
  • Digitale Video Recorders,
  • Zenders in HD kwaliteit
  • Extra zender pakketten
  • Uitzending Gemist (Ned 1,2,3 en andere zenders)
  • Pauzeren en terugspoelen van Live TV
  • Electronic Programme Guide (EPG)

Integratie van (andere) internetbronnen zoals YouTube of het streamen van bestanden van computer of NAS zijn nog niet beschikbaar. Die rol wordt nu gespeeld door de producten van bijvoorbeeld Netgear (EVA) en heel veel andere leveranciers. Het zou mooi zijn om met de decoder of DVR die je van de  provider hebt ook andere bronnen te kunnen benaderen, zoals de DIVX films, series op je NAS of websites die videocontent aanbieden. Dat scheelt weer een apparaat en een afstandbediening.

De verschillen tussen de aanbieders zitten met name in de pakketten en prijzen. Bij sommige aanbieders zit de DVR en de HD-zenders bij de prijs inbegrepen. Ook verschillen het aantal video’s on demand en de prijs per gehuurde film. Alle leveranciers stunten met een aantal maanden lager tarief, geen of lagere aansluitkosten of goedkopere of gratis DVR.

Hi. I am Frank. You like cheap? Of course you do

Hi .... I am FrankIn 2008 kwamen er reclames op TV waarin een zwart schaap de diensten van een telecom firma,Tele2, aanprijst. Er zijn weinig bedrijven die zich nadrukkelijk positioneren als goedkoop, omdat men bang is om als inferieur te worden gezien. Om er achter te komen waarom Tele2 dit doet en wat de plannen voor de toekomst zijn, had ik een gesprek met Günther Vogelpoel, directeur Consumentenmarkt van Tele2.

Günther vertelt: “Tele2 is van oorsprong een Zweeds familiebedrijf. In Nederland begon Tele2 als goedkopere Telecomprovider voor de vaste lijn met de zogenaamde carrier select / prefix methode . Later konden we dit in de centrale zelf doen, waardoor we een vaste relatie aan konden gaan met onze klanten. Er kwam ook mobiele telefonie bij, en met de overname van Versatel kregen we de beschikking over een landelijk dekkend glasvezelnetwerk.” Tele2 is geen staatsbedrijf, zoals bijvoorbeeld in Nederland KPN en de kabel. Dat verklaart volgens Günther ook dat Tele2 anders is, letterlijk het zwarte schaap. “We hebben niets cadeau gekregen en dat levert een vechtersmentaliteit op. We zijn ook anders, we moeten het altijd beter doen dan de rest en altijd die extra stap zetten voor onze klanten.”

Model van Treacy en Wiersema

Maar Tele2 is niet alleen een prijsvechter. “We moeten ons, als je kijkt naar het valuemodel van Treacy en Wiersema, op drie pijlers richten. Het model van Treacy en Wiersma is achterhaald. Tegenwoordig moet je om de concurrentiestrijd te winnen op alle drie de assen goed scoren”, zegt Günther. We leveren het beste product tegen de beste prijs. Dat is ons bestaansrecht. Er zijn klanten die nog steeds denken dat kwaliteit alleen geleverd wordt tegen een hoge prijs. Gelukkig komen ze er steeds meer achter dat een goed product niet duur hoeft te zijn.”

“Onze visie is Televisie 2.0″, zegt Günther. De vier I’s zijn

  • interactiviteit, zoals EPG, VOD en programma gemist
  • intelligentie, we maken de TV slimmer
  • internet, ook op de TV, browsen en zo voort
  • integratie, alles staat in de ‘cloud” en is overal benaderbaar, TV-programma’s, foto’s en zo voort

Kwaliteit

De afgelopen jaren is er veel ophef geweest op de kwaliteit van dienstverlening en bereikbaarheid van de klantenservice van alle aanbieders. Programma’s als Kassa en Radar hadden er bijna een wekelijks terugkerend onderwerp van gemaakt. Kijk maar op de diverse fora over dit onderwerp.

tele2 webcaress“Je moet als modern bedrijf in discussie gaan of komen met je klant, anders overleef je het niet”. Er wordt over je gepraat op blogs, Facebook en andere sociale media. We nemen klachten serieus en hebben Daniëlle van Tele2 die het contact legt met klanten met een klacht. Daniëlle heeft rechtstreeks contact met productmanagers en de technische afdeling. Natuurlijk is er ook natuurlijk onze helpdesk waar mensen met klanten terecht kunnen.

Wat opvalt is dat Tele2 (maar ook anderen) social media en webcare serieus nemen en de klagers helpen het probleem op te lossen. Een teken van een volwassen worden van de aanbieders.

VDSL is meer dan genoeg

Omdat triple play eigenlijk een compleet digitaal signaal is is er ook veel aandacht voor de snelheid.  Een tijd geleden is er een campagne geweest vanuit de ‘kabel’-kant dat ADSL eigenlijk helemaal niet zo interessant is (hier de pagina van Ziggo). De snelheden die mogelijk zijn met kabel liggen hoger dan bij bij ADSL (of opvolger VDSL).

Daar zijn wel een paar opmerkingen bij te maken, volgens Günther. Ten eerste dat VDSL  tot 60Mbits internet op (afhankelijk van de afstand tot de wijkcentrale, hoe verder weg des te lager de snelheid). Dat betekent dat de kabel niet het alleen recht heeft op hoge snelheid. Ten tweede is de behoefte naar hoge internetsnelheid onder consumenten zeer beperkt, zo blijkt uit eigen onderzoek van Tele2. De ADSL2+ snelheid tot 20 Mb is daarmee ruim voldoende voor de meeste consumenten om te fun-surfen (social media, nieuws vergaren, aankopen op internet), waarbij een hoge internetsnelheid niet nodig is. Alleen een kleine groep high users, consumenten die veel downloaden van nieuwsgroepen en torrents, hebben echt profijt van een hogere internet snelheid. De rest profiteert daar niet van en betaalt dus te veel.

“Vorig jaar zijn we op beperkte schaal begonnen met de uitrol van Fiberspeed (Tele2′s naam voor VDSL). Dit jaar wordt dat nog uitgerold naar een groter deel van Nederland.”

Maar wat is 3x zo hoge snelheid waard? Je gaat van 20mbit naar 60mbits, wat wil je daar voor extra betalen? 20 euro per maand? 10 euro per maand? Er is natuurlijk een groep die altijd meer wil en daar ook gelijk gebruik van maakt.  Naar deze groep hebben we ook geluisterd en voor hen hebben we dan ook fiberspeed met een scherpe prijs gelanceerd

Fiberspeed of Fiberpower maar geen glasvezel

glasvezelZowel Ziggo (Fiberpower)  als Tele2 (Fiberspeed) gebruiken ”Fiber” in de productnaam om aan te geven dat high speed is. Dit is eigenlijk onzin, omdat het over het bestaande netwerk van de tv kabel of telefoon wordt geleverd. Het heeft niets te maken met glasvezel.

De toekomst wordt natuurlijk voor glasvezel, tot aan de deur, het zogenaamde Fiber To The Home (FTTH). Er is al een aantal initiatieven om in bepaalde (delen) van steden en dorpen glasvezel tot aan de woning aan te leggen. De grootste uitdaging is de verbinding van de wijkcentrale naar de meterkast, de last mile. Het netwerk van bijvoorbeeld Tele2 is volledige verglaasd tot en met de wijkcentrale, maar het laatste stuk gaat nog over koperdraad (de oude KPN-infrastructuur). De investering om ieder huis aan te sluiten op glasvezel houdt in dat in de grond een glasvezelkabel moet worden gelegd en in de meterkast een aansluitpunt moet worden gemaakt. Deze investering is dusdanig hoog dat het logischer is dat gespecialiseerde bedrijven zoals bijvoorbeeld Reggefiber dit doen. De ontstane FTTH infrastructuur staat dan open voor meerdere operators.

De snelheden die met FFTH kunnen worden gehaald liggen hoger dan die van VDSL en kabel (Max nu 200mbit). Het al eerder genoemde punt wat moet je met die snelheid is ook hier van belang. Als Nederland is beglaasd zullen nieuwe diensten en producten ontstaan die gebruik maken van de beschikbare snelheid.

Is er nog iets op TV?

Aanbieders geven steeds meer kanalen worden in HD formaat door. Tele2 biedt nu de kanalen Nederland 1,2 en 3 in HD formaat aan en zal ook andere kanalen in HD gaan aanbieden, aldus Gunther. “Het nieuwe platform stelt ons ook in staat om bijvoorbeeld extra zenders aan te bieden (themapakketten) en zelfs de BBC zenders (die nu alleen via de kabel te krijgen zijn). De BCC is een belangrijke uitbreiding waar, vanwege de kwaliteit van de programma’s, door veel van onze klanten reikhalzend naar uit worden gekeken. Het feit dat deze alleen via de kabel (en satelliet) beschikbaar waren en niet via nieuwe spelers als Tele2 en Digitenne was een heel duidelijk nadeel voor ons.”

Verizon Fios (Amerikaanse, gebruikt FTTH) biedt pakketten met honderden zenders. Dat zijn de grote zenders in de VS, zoals ABC, NBC en CBS en daarnaast allerlei grotere of kleinere thema zenders en premiumpakketten zoals  Food Channel, Jewish Channel, Karaoke en zo voort. Het hebben van zo’n groot aanbod van zenders wil trouwens niet zeggen dat er altijd iets interessants op tv is. Gaat Tele2 dit ook doen?  “Alhoewel we dat wel technologisch aan zouden kunnen, kiezen we in Nederland voor een pakket relevante zenders (maximaal 100) tegen een goede prijs.”

En … is het wat, Televisie 2.0?

Wat mij betreft wel! Het  is te vergelijken met het verschil tussen een normale telefoon en een smartphone. Je kunt gewoon bellen met een smartphone maar deze biedt een hoop functionaliteit extra die waardevol of op zijn minst handig is.

De komende jaren zal de functionaliteit, mede onder druk van de concurrentie, verder worden uitgebreid. Als ze nou nog een oplossing zouden kunnen bedenken voor de ellenlange en irritante reclameblokken van sommige commerciële zenders …

De wegenkaarten van NAVTEQ in kaart gebracht

navteqWe maken steeds meer gebruik van navigatiesystemen. In de auto heeft TomTom het Shell Stratenboek verjaagd. In steden zie je steeds meer toeristen hun weg vinden met navigatiesystemen op hun mobieltjes. Maar wat is een navigatiesysteem zonder een goede kaart? In de artikelen over de Consumer Electric Show  in januari in Las Vegas heb ik al aandacht besteed aan NAVTEQ. In dit artikel ga ik in meer detail in op de kaartenbusiness van NAVTEQ.

Continue reading

Het gaat om de beleving: Android Experience 2010

android experience logoOp een mooie woensdagochtend vond op een oude scheepswerf in Amsterdam de Android Experience plaats. Op de een of ander manier hebben ze bij Android iets met pakhuizen en scheepswerven, de vorige meeting vond tenslotte in Pakhuis de Zwijger plaats. De vraag die op mijn lippen lag was: wat is een Android Experience?

De website van Android Experience geeft een uitleg: Android Experience 2010 biedt een unieke gelegenheid voor ontwikkelaars, ondernemers, marketeers, retailers en de media om inspiratie op te doen voor de commerciële en technische  mogelijkheden van Android. Een bijeenkomst om het Androidplatform en, veel belangrijker, applicaties voor dat platform te stimuleren.

Op het NOS Journaal

In elk geval was er bij de ongeveer 500 genodigden een overschot aan mannen tijdens de Android Experience met,  ondanks een brede doelgroep (van ontwikkelaar tot directie/management van bedrijven), een hoger dan gemiddeld non-corporate niveau. Het programma bestond uit de ontvangst, 5 presentaties achter elkaar (een lange zit), een lunch, de Android Markt en de uitreiking van de Android App Challenge Award. De experience haalde zelfs het NOS Journaal op 3.

Humberto Tan trapt af

Met enige vertraging (er waren technische problemen) werden we door de dagvoorzitter, Humberto Tan, uitgenodigd om naar de grote zaal te gaan waar het allemaal ging gebeuren. De geur in de zaal was muf en deed mij heel sterk denken aan een oude Franse koeienstal. Maar Humberto vertelde trots dat hij het wist: dit was de hal geweest van de scheepswerf waar de dieselmoteren moesten proefdraaien. Hij gebruikte dit stukje kennis om zelf ook ‘warm te lopen’ en kondigde snel de eerste spreker aan: Vincent Everts.

5 presentaties op een rij

Vincent kwam zoals altijd op de Segway aan, liet deze bij het trapje staan en hield zijn presentatie.  Hij liep in chronologische volgorde de ontwikkelingen van de mobiele devices door, van telefoon tot pda tot de huidige kruisingen die we nu hebben en liet ook duidelijk zijn voorkeur horen. Hij is een Blackberryfan, niet in de laatste plaats door het geweldige toetsenbord.  De belangrijkste opmerking van Vincent is eigenlijk dat Androidtelefoons voor de rest van ons zijn, de 90% die niet een iPhone of ander toptoestel hebben.



Als volgende spreker was Raimo van de Kleyn aan de beurt. Het verhaal van Raimo en Layar is bekend voor denk ik de hele zaal maar toch is het interessant om wat achtergrond te krijgen over onder meer de strijd om een passend businessmodel te vinden. De uitdaging voor Layar is de openheid van Android. Alle leveranciers maken hun eigen aanpassingen qua hardware die niet vanuit het OS moeten worden aangeroepen, maar vanuit eigen APIs. Elk toestel dat op de markt komt, betekent aanpassingen die we moeten maken in onze Layar Browser. Bij een gesloten OS zoals Apple iPhone heb je daar geen last van.



Ed Achterberg is de eindredacteur van TelecomPaper. Hij geeft een overzicht van de status, ontwikkelingen en de toekomst van smartphones in Nederland. De ingrediënten zijn duidelijk aanwezig voor een sterke groei van de smartphone: abonnementen, een snel netwerk, goede en goedkope toestellen en diensten die ertoe doen. In 2009 zijn er 900.000 smartphones verkocht (bron: Gfk). De kopers van smartphones zijn meer mannen dan vrouwen, meer uit de de Randstand dan uit de overige gebieden en de grootste groep gebruikers bestaat uit jongeren tussen 19 en 29 (zie de presentatie voor alle cijfers). En wat het belangrijkste is bij de aanschaf van een nieuwe smartphone: kosten voor het abonnement en eventuele aanbiedingen!



Mark Moons is de Country Manager van HTC Nederland en is iemand die zegt wat hij denkt en doet wat hij zegt. Marks presentatie gaat over HTC, als levancier van Android telefoons (naast natuurlijk de Windows phones die HTC ook biedt). Nederland loopt voorop als het gaat om de penetratie van Androidtoestellen (dit in tegenstelling tot Zuid-Europa, waar het duidelijk langzamer gaat). HTC probeert zich te onderscheiden door Apps en Widgets toe te voegen die een betere user experience geven. Wat volgens Mark een bewuste keuze moet zijn, is de keuze voor een Operating Systeem. Daar ligt duidelijk een taak voor de retailers. Mark sluit af met de voorspelling dat Android eind 2012 het tweede OS van Nederland zal zijn.



David-Jan Janse van Rabobank hield het verhaal van de bank in je broekzak, de positionering van Rabobank in de mobiele wereld. Een geschiedenis die al meer dan 10 jaar terug gaat naar de eerste WAP-applicaties.  Ondertsussen heeft de Rabobank een heel scala aan mobiele applicaties zoals : SMSbetalen , Rabomobiel (Rabobank als Virtual Mobile Network Operator) en natuurlijk Rabo Mobielbankieren. Rabo kwam ook met een Android Bankieren App waarvoor testers werden gezocht.



Android Market en Android App Challenge

De Android Market was de hele dag open voor geïnteresseerden die de demo apps wilden zien en natuurlijk was er de verkiezing van de beste Android App. Er was uiteindelijk een shortlist van 3 partijen:

  • Blumedia Lab (o.a. bekend van Huizen in de buurt)
  • Mediabunker (o.a. bekend van ZoekMarktplaats)
  • Ron Planken (o.a. bekend van t-belstatus en TreinTijden)

MediaBunker kreeg de prijs voor zijn succesvolle Marktplaats App. Volgens Gonny van der Zwaag heeft MediaBunker een scherp oog voor waar de kansen liggen. De prijs die MediaBunker heeft gewonnen, is naast de Award ook uit een serieuze Android-ontwikkelopdracht voor SanomaDigital: het ontwikkelen van een mobiele Android-applicatie voor NUTVgids. Daarnaast krijgt MediaBunker voor €20.000,- advertentieruimte in het SanomaDigital-netwerk.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=RAV2HxY0bfw[/youtube]

Was de Android Experience de moeite waard?

Voor mij persoonlijk, ja dat was het wel. Ondanks de lange zit bij de presentaties was het programma de moeite waard. De sprekers waren in veel gevallen bekende mensen maar er was toch voldoende nieuws.